We gaan voor bewegingsruimte!
Mensen worden ongezond van te weinig beweging, maar verandering brengen in die bewegingsarmoede lijkt een bijna onmogelijke taak. Het RIVM heeft nu voor het eerst ‘vuistregels’ opgesteld om meer sport en beweging mogelijk te maken. In een kwart van de openbare ruimte in Nederland zouden mensen moeten kunnen lopen, fietsen en spelen. Fit en gezond worden doe je buiten, niet binnen!
Volgens het RIVM moet de openbare ruimte in Nederland drastisch veranderen om mensen in beweging te krijgen. Een kwart van die ruimte zou beschikbaar moeten zijn zodat mensen kunnen lopen, fietsen, spelen, sporten én elkaar ontmoeten. Dat is een verdubbeling van de ruimte die mensen daarvoor nu hebben. Het rapport van het RIVM is gisteren uitgekomen en geschreven in opdracht van het ministerie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport, GGD’s en provincies.
Beweegrichtlijnen
Het is al langer bekend dat veel Nederlanders gezondheidsproblemen hebben omdat ze te weinig bewegen en veel zitten. Volgens de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad zouden volwassenen wekelijks twee en een half uur matig intensief moeten bewegen en kinderen dagelijks minstens een uur. Ook voor beide groepen wordt krachttraining aanbevolen om spieren en botten te versterken. Dit alles verlaagt het risico op chronische ziekten als diabetes en, hart- en vaatziekten en depressieve symptomen en, bij ouderen, botbreuken. Het percentage inwoners van Nederland met overgewicht zal oplopen tot 64% in 2050. In 2022 was dit 50%. Het percentage stijgt in elke leeftijdsgroep, maar neemt het meest toe in de groep 18 tot en met 44 jaar. Dat zijn mensen ‘in de kracht van hun leven’, zeg maar. Overgewicht neemt toe en begint steeds vroeger in het leven.
Vuistregels bewegen
‘Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte: vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten’, heet het rapport van het RIVM. De buurt waarin mensen wonen, werken en leven heeft op verschillende manieren invloed op hun gezondheid. Zo nodigt een gezonde leefomgeving, met bijvoorbeeld een park of fietspaden, mensen uit om meer te bewegen en elkaar te ontmoeten. Ook ervaren mensen meer rust in een omgeving met bomen, planten en water. Voor deze ‘zachte waarden’ bestaan nog geen duidelijke normen, terwijl die wel nodig zijn om richting te geven en het gesprek over de noodzaak voor zo’n ‘ruimtelijke omslag’ te onderbouwen. Het RIVM ontwikkelde daarom concrete, ruimtelijke ‘vuistregels’ om bij plannen voor de leefomgeving meer rekening te kunnen houden met gezondheid. En zo de gezondheid van inwoners te verbeteren. Het RIVM deed dat met partners, zoals GGD-en, gemeenten, kennisinstellingen, adviesbureaus en provincies, zodat de vuistregels goed aansluiten bij de praktijk. Met de vuistregels kunnen gemeenten en provincies het gesprek over gezondheid aangaan.
Om ruimte te maken voor spelen, sporten en bewegen in de openbare ruimte zijn er de volgende vuistregels:
- Voldoende openbare ruimte in de buurt om te bewegen. Minimaal 25 procent is primair voor bewegen: lopen, fietsen, spelen en sporten.
- Spelen en sporten in de openbare buitenruimte dichtbij. Geef kinderen tot en met 12 jaar een speelplek binnen 200 meter loop- of fietsafstand. Geef iedereen van 12 jaar en ouder binnen 400 meter een beweeg- of sportplek in de openbare ruimte.
- Aaneengesloten beweeggroen. Ieder huis heeft binnen 300 meter loop- of fietsafstand toegang tot aaneengesloten beweeggroen van minimaal 1 hectare.
- Voorzieningen voor dagelijks leven dichtbij. Ieder huis heeft binnen 800 meter loop- of fietsafstand een supermarkt, huisartsenpraktijk, basisschool en OV-halte.
- Diversiteit aan sportaccomodaties. Ieder huis heeft binnen 1.500 meter loop- of fietsafstand minimaal drie typen sportaccommodaties.
Het rapport kent ook vuistregels voor groenvoorzieningen dichtbij, bomen, bosjes, groene gevel of tuin. Groen uitzicht werkt rustgevend. Op enkele kilometers afstand moet er ook mogelijkheden zijn om te recreëren en natuur te ervaren. De openbare omgeving moet het ook mogelijk maken om elkaar op een ontspannen manier te ontmoeten. ‘Zachte waarden werken’, wil deze integrale aanpak van gezondheid duidelijk maken. Het rapport ‘Een gezonde inrichting van de openbare buitenruimte: vuistregels voor bewegen, groen en ontmoeten’ is hier te vinden.
Kantelpunt
Dat werk maken van gezondheid een brede aanpak nodig heeft, lijkt ook het motto te zijn van de recente campagne van het Voedingscentrum, dat vorig jaar oktober kwam met een oproep om de openbare ruimte ‘vraatzucht’ vrij te maken. Ze hadden er het woord ‘Eetdrammen’ voor bedacht. In beide gevallen gaat het dus minder om ‘weerstand weten te bieden tegen een ongezonde omgeving’, maar wordt de omgeving zelf stevig aangepakt. Dat is hard nodig, want fit en gezond worden doe je buiten!
