EN  |  FR

Kogels door de kokoskerk

afbeelding bij Kogels door de kokoskerk

Horden fitnessfanaten en bodybuilders bakken en braden in verzadigd kokosvet. Da’s gezond, denken ze. Bovendien stimuleert kokosvet de afgifte van testosteron, en helpt het ook nog eens bij het laag houden van je lichaamsvetpercentage. Denken de kokosgelovigen. Omdat wij het beste met ze voor hebben, schieten wij vandaag een paar kogels door de kokoskerk.

De grote goeroe van de kokossekte is de inmiddels overleden voedingswetenschapper Mary Enig. Enig schreef vooral over vetten, en was warm voorstander van een dieet met relatief veel verzadigde vetten zoals je die tegenkomt in boter en kokosvet. Daarmee ging Enig dwars in tegen de heersende opvattingen binnen de voedingswetenschap. Die luiden nog steeds dat we juist verzadigde vetten uit onze voeding moeten vervangen door plantaardige meervoudig-onverzadigde vetzuren (of omega-6-vetzuren, zoals voedingswetenschappers liever zeggen).

Omega-6-vetzuren

Omega-6-vetzuren zitten bijvoorbeeld in maïsolie, zonnebloemolie en sojaolie. De voedingsindustrie is ze de laatste tientallen jaren in steeds meer levensmiddelen gaan verwerkten, nadat grote studies hadden aangetoond dat omega-6-vetzuren de cholesterolspiegel verbeterden en de kans op hartaanvallen en beroertes verminderden. De laatste jaren discussiëren serieuze wetenschappers uitvoerig over de vraag of we niet te veel omega-6-vetzuren consumeren. Omdat het lichaam die vetzuren kan omzetten in ontstekingsfactoren zou daardoor de kans op overgewicht, botontkalking, autisme en nog veel meer aandoeningen toenemen.

Bijval voor Mary Enig dus. Wij nemen in deze discussie geen standpunt in, en wachten geduldig af tot de voedingswetenschappers wat meer overeenstemming hebben bereikt. Maar we nemen wel een standpunt in over kokosvet. Want ook als straks zal blijken dat de nadelen van omega-6-vetzuren opwegen tegen de voordelen, dan nog is kokosvet geen goed alternatief. Ook niet voor bodybuilders en fitnessfanaten. 

Een afslankvet van niks

Veel sporters gebruiken kokosvet omdat ze zich hebben laten vertellen dat kokosvet het energieverbruik vergroot, en daardoor het lichaamsvetpercentage verlaagt. Dat  zou komen omdat de vetzuren in kokosvet tamelijk kort zijn. Medium-chain triglycerides (MCT’s), noemen chemici het vet in kokosvet.

Het lichaam gaat anders om met MCT’s dan met vetten die bestaan uit langere vetzuren. Als het even kan verbrandt de lever MCT’s. Daardoor neemt na een maaltijd met veel MCT’s de lichaamstemperatuur een beetje meer toe dan na een maaltijd met veel vet dat uit andere vetten bestaat. Tot zover klopt het verhaal van de kokosvetverkopers.

Maar dat effect is in de praktijk te klein om het lichaamsvetpercentage te verlagen. In studies waarin proefpersonen het gros van de vetten vervangen door MCT’s zien onderzoekers geen effect op het gewichtsverlies. Je moet tientallen procenten van je totale inname van calorieën uit MCT’s gaan halen om een minuscuul effect te zien.

Cholesterol en hartaanvallen

De vetzuren in kokosvet zijn niet alleen kort, maar ook verzadigd. Verzadigde vetten hebben een minder gunstig effect op de cholesterolhuishouding – en dus ook op de kans op hartaanvallen en beroertes – dan onverzadigde vetzuren. Dat geldt jammer genoeg ook voor MCT’s. In proeven waarin mensen een paar dagen een dieet met veel MCT’s consumeren zien onderzoekers geen duidelijke effecten op de totale hoeveelheid cholesterol, maar wel op de totale hoeveelheid triglyceriden, vetten in je bloed. Die neemt toe, en dat is negatief. Hoe meer triglyceriden er in het bloed circuleren, hoe groter is je kans op een hart- of vaatziekte.

Olijfolie als alternatief

In 2003 publiceerden Nederlandse voedingswetenschappers een overzichtsstudie waarin ze de effecten van een aantal vetbronnen op de cholesterolspiegel met elkaar vergeleken. Kokosvet deed volgens die studie weinig, maar olijfolie had wel een duidelijk positief effect. En dat is interessant voor al die mensen die kokosvet gebruiken omdat ze bang zijn voor een te hoge inname van omega-6-vetzuren interessant.

Olijfolie bestaat voornamelijk uit enkelvoudig-onverzadigde vetzuren. Enkelvoudig-onverzadigde vetzuren zijn bijna net zo goed voor de cholesterolhuishouding als omega-6-vetzuren, maar ze kunnen niet worden omgezet in ontstekingsfactoren. Als je gelooft in de theorie dat een overmaat aan omega-6-vetzuren op de langere termijn ongezond is, dan is olijfolie een betere keuze dan kokosvet. Je beperkt je inname van omega-6-vetzuren, maar je beschermt wel je hart en bloedvaten. 

Testosteronspiegel

Een ander argument voor het gebruik van kokosolie (dat om begrijpelijke redenen indruk heeft gemaakt onder mannen en vrouwen die met gewichten trainen) is dat kokosvet de testosteronspiegel zou verhogen. Die claim is gebaseerd op een paar dierstudies waarin ratten inderdaad meer testosteron produceren als de vetten in hun voeding uit kokosvet komen dan wanneer die vetten  uit andere plantaardige vetbronnen komen. In diezelfde dierstudies blijkt echter ook dat olijfolie net zo’n gunstig effect heeft op de testosteronspiegel als kokosvet.

Gevaarlijk bij het bakken?

Een laatste argument waarmee de verkopers van kokosvet je willen verleiden is hun claim dat onverzadigde vetten – en dus ook olijfolie – bij het bakken en braden zouden veranderen in gevaarlijke stoffen zoals transvetzuren. Bij verzadigde vetten zou dat niet gebeuren.

Ook die claim klopt niet. Of je nou bakt met dure virgine olijfolie of met goedkope geraffineerde olijfolie, je zult daardoor geen grammetje transvetzuren extra binnenkrijgen.

Meer over voedingshypes en mythes vind je hier

Dossiers: