EN  |  FR

GI niet in richtlijnen Goede Voeding 2006

afbeelding bij GI niet in richtlijnen Goede Voeding 2006

De Gezondheidsraad vindt de onderzoeksresultaten nog te mager om het gebruik van de glycemische index (GI) voor voedingsmiddelen te adviseren, omdat de gezondheidswinst op langere termijn nog onvoldoende is aangetoond. Maar waarom is dat bewijs dan te mager, terwijl het door sporters al wel wordt toegepast?

Glycemische index (GI)

De GI is de maat waarmee het glucosegehalte in het bloed stijgt als iemand koolhydraten heeft gegeten. We schreven al eerder over het nut van de GI voor sporters voor de aanvulling van de glycogeenvoorraden en ter bevordering van het herstel.

Hoe werkt de glycemische respons?

De veronderstelling dat koolhydraten met een hoge GI het hongergevoel stimuleren is onder meer gebaseerd op het feit dat de insulinerespons op koolhydraatinname niet alleen de stijging van de bloedglucosespiegel reguleert, maar deze spiegel ook laat dalen tot onder de normaalwaarde. Hierdoor ontstaat een hongergevoel dat gemakkelijk kan leiden tot overmatig eten. Daarnaast zorgen koolhydraten met een hoge GI door de verhoogde insuline-uitstoot voor een grotere koolhydraatverbranding en een toename van de vetopslag. Tevens wordt daardoor minder glycogeen in de spieren opgeslagen.

Glycemische belasting (GB)

Naast de GI wordt ook de term glycemische belasting (GB) gebruikt. Dit is een maat voor de glycemische respons na het eten van een portie van een voedingsmiddel. Deze wordt berekend door de GI van het voedingsmiddel te vermenigvuldigen met de hoeveelheid verteerbare koolhydraten per portie, gedeeld door 100. De GB wordt uitgedrukt in grammen en komt overeen met de hoeveelheid glucose die nodig is om eenzelfde glycemische respons te veroorzaken. De GB wordt gebruikt om de glycemische respons te vergelijken van verschillende porties voedingsmiddelen. Zo kan de GI worden berekend van de verschillende voedingsmiddelen in een maaltijd en het energiepercentage dat door de koolhydraten in die maaltijd wordt geleverd. Er is sprake van een lage GB bij een waarde die lager ligt dan 10 gram en van een hoge als deze waarde groter is dan 20 gram.

Overgewicht, diabetes en hart- en vaatziekten

Een voeding met een lage GI lijkt zinvol bij de behandeling van obesitas wanneer er ook verder rekening gehouden wordt met een laag gehalte aan (verzadigd) vet. Daarnaast lijkt een voeding met een lage GI het behoud van een normaal lichaamsgewicht te vergemakkelijken. Daarnaast is het belangrijk om voldoende te bewegen. Lichamelijke activiteit heeft een grote invloed op glucosetolerantie en insulinegevoeligheid. De effecten van voedingsmiddelen met een hoge GI zijn daarom sterker bij mensen met bewegingsarmoede.

GI in het buitenland

In Australië is het GI-concept en de vermelding van de GI op de verpakking van voedingsmiddelen al lange tijd populair. Er worden zelfs aparte websites voor onderhouden en er bestaat zelfs een organisatie die een GI-vignet beheert. Dit vignet mag pas na toestemming van deze organisatie op voedingsmiddelen worden afgebeeld. In Engeland word sinds kort door een van de grootste supermarktketens (Teesco) de glycemische index op de verpakking van voedingsmiddelen van het huismerk vermeld.

Waarom (nog) geen advies over GI in Nederland?

De Gezondheidsraad vindt het nog niet zinvol om de GI te gebruiken, omdat de gezondheidswinst op langere termijn nog onvoldoende is aangetoond. De Gezondheidsraad vindt dat er meer lange termijn onderzoek bij gezonde personen nodig is, waarin het effect van een voeding met lage- en hoge GI op de glucosespiegels in het bloed wordt nagegaan. Daarnaast is meer onderzoek noodzakelijk naar de invloed van de GI op gewichtsregulatie, het risico op hart- en vaatziekten en op diabetes mellitus type 2.
Verder is het ontwikkelen van een gestandaardiseerde bepalings- en berekeningsmethode nodig voordat de GI als een bruikbare index kan worden gehanteerd. Het blijkt namelijk dat de GI tussen personen onderling en in verschillende omstandigheden bij dezelfde persoon kan variëren. Een en ander neemt niet weg dat in de sportvoedingspraktijk de glykemische index al aardig is ingeburgerd.