EN  |  FR

Too fat or not too fat…

afbeelding bij Too fat or not too fat…

In de ‘obesogene’ maatschappij van vandaag de dag wordt er volop gediscussieerd over de oorzaken van de drang naar te veel eten of juist te weinig eten. Veel van die discussie over eetstoornissen is terug te voeren op de aloude filosofische vraag ‘nature or nurture?’ oftewel is het aangeboren of aangeleerd? Lang ging bij verklaringen de voorkeur naar het laatste. De laatste tijd wordt het eerste steeds nadrukkelijker opgevoerd als verklaring voor de ‘overgewichtepedimie.’ Terecht?

Aangeleerd

Een mooi voorbeeld van het aangeleerde streven naar een onhaalbaar lichaamsideaal gaf Nieuws voor Diëtisten onlangs. Aanleiding was een lezing van Jeanne Martin over de invloed van poppen op het zelfbeeld van jonge kinderen. ‘Zo is de hals van Barbie twee keer de normale lengte en is haar BMI slechts 16,29. Haar maten zijn 97-45-83 centimeter en haar voeten zijn zo bevallig klein, dat ze in het echte leven meteen zou omvallen. Maar ook jongens en mannen worden beïnvloed door hun ‘action figures’, zoals Action Man. Omgerekend heeft Action Man een borstomvang van 139 centimeter en een biceps van 69 centimeter, terwijl een normale ontwikkelde biceps slechts 29 centimeter is. Mannen zouden daarom gemiddeld 12,5 kilo aan extra spiermassa willen hebben; een hoeveelheid die alleen haalbaar is met een zeer intensief trainingsprogramma.’

En aangeleerd

Begin dit jaar maakt onderzoek van orthopedagoge Doeschka Anschutz duidelijk dat lijnende moeders er voor zorgen dat hun kinderen (tussen zeven en tien jaar) ook over lijnen gaan nadenken en dat vijf procent van de moeders het lijnen bij hun jonge kinderen zelfs bevordert. ‘Dit heeft volgens de onderzoekster zeer nadelige gevolgen. Het werkt meer lijnen in de hand en zorgt ervoor dat het kind ontevreden raakt over het eigen lichaam. Wanneer een moeder haar kind aanmoedigt om dunner te worden, dan wordt het kind alleen maar onzekerder.’

En…

Lange tijd was het in wetenschappelijke kringen ‘not done’ om te wijzen op genetische factoren die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van overgewicht, hoewel de mens van oudsher geneigd is om meer te eten dan nodig is om zo een noodvoorraad te hebben voor het geval er lange tijd geen voedsel gevonden kan worden. Vrouwen, met hun mogelijkheid om zwanger te worden, hebben die neiging nog sterker. Al eerder las je dat het niet altijd een gebrek aan wilskracht en beweging hoeft te zijn van de uitdijende medemens. Het kan in een verstoorde hormoonhuishouding zitten.

Aan de andere kant… het blijft ook een keuze. Epidemioloog Esther Molenaar deed onderzoek naar het effect van een voedingsadvies en het effect van een voedingsadvies in combinatie met afvallen bij overgewicht. Ze zette een interventieprogramma op voor mensen met een BMI tussen 28 en 35. De helft van de deelnemers aan het onderzoek kreeg een half jaar voedingsadvies van een diëtist, de andere helft kreeg óók bewegingsadvies van een fysiotherapeut. De diëtist-groep viel gemiddeld 2 kilo af en verloor 2 cm van de tailleomvang. De beweeggroep was gemiddeld 3 kilo afgevallen en verloor 4 cm taille-omvang. Het verschil is dus niet zo groot en het totale resultaat bescheiden. Molenaar, die eind september promoveerde op dit onderzoek, denkt dat niet alle deelnemers het nut van de interventie inzagen, omdat ze op basis van hun gewicht en niet op basis van hun motivatie waren geselecteerd. Ze maakten niet zelf de eerste stap en waren volgens de onderzoeker daarom misschien niet gemotiveerd genoeg. ‘Nature versus nurture’,aanleg versus ontwikkeling, de discussie blijft nog wel even bestaan.