EN  |  FR

Keto, geen depressie?

afbeelding bij Keto, geen depressie?

Het ketogene dieet wordt in de fitnesswereld vaak aanbevolen vanwege de focus op vetverbranding, snelle gewichtsafname en stabiele energieniveaus. Door koolhydraten drastisch te verminderen, dwing je het lichaam in een staat van ‘ketose’ waardoor het vet als belangrijkste brandstof gebruikt in plaats van suikers. Mogelijk kan keto ook depressieve symptomen verminderen. Een zeer recent onderzoek legt die vraag onder de loep. Even goed voor gaan zitten.

Het is goed dat mentale gezondheid de afgelopen jaren serieuzer wordt genomen. En vooral dat een verantwoorde leefstijl en dus een verantwoord voedingspatroon mogelijk effect kan hebben op die mentale gezondheid. Een vraag die daarbij nadrukkelijk op tafel ligt is, of een ketogeen dieet kan helpen bij het verminderen van depressieve symptomen.

Dat idee is minder vreemd dan het op het eerste gezicht klinkt. Begin 2026 verscheen namelijk een studie waarin werd onderzocht of keto effectiever is dan een controledieet bij volwassenen met een depressie. De fysiologie achter het effect van keto op de mentale gesteldheid is interessant. Bij een sterke beperking van koolhydraten schakelt het lichaam over op vetverbranding en ontstaan ketonlichamen, zoals bèta-hydroxybutyraat. Deze ketonen kunnen door de hersenen worden gebruikt als alternatieve brandstof voor glucose en daarvan zou het brein opknappen. Er wordt gedacht dat deze metabole omschakeling de energievoorziening van hersencellen kan stabiliseren, schommelingen van de bloedglucosespiegel kan verminderen en mogelijk invloed heeft op ontstekingsprocessen in het brein. In theorie zou dat kunnen bijdragen aan een afname van depressieve symptomen. Dat klinkt goed en verdient het om zorgvuldig onderzocht te worden. Het in februari gepubliceerde onderzoek bekijkt hoe het ketodieet zich houdt tegenover een gangbaar voedingspatroon.

Wat hebben de onderzoekers gedaan?

Aan de studie deden volwassenen mee met een depressie die onvoldoende was verbeterd ondanks eerdere behandelingen. De deelnemers bleven tijdens het onderzoek onder reguliere psychiatrische zorg. Het dieet kwam daar als aanvullende interventie bij.

Na een screeningsfase werden deelnemers willekeurig verdeeld over twee groepen. De ene groep volgde zes weken lang een ketogeen dieet met minder dan 30 gram koolhydraten per dag en een gematigde eiwitinname. Om de naleving zo goed mogelijk te ondersteunen, kregen deze proefpersonen dagelijks drie volledig bereide ketogene maaltijden plus snacks, kosteloos verstrekt. Ook kregen zij ketostrips om ’s ochtends hun urine te controleren en hadden zij wekelijks een half uur begeleiding van een diëtist of coach. De energie-inname werd zo afgestemd dat proefpersonen niet afvielen. Gewichtsverlies kan namelijk ook effect hebben op een verbetering van mentale gesteldheid.

De andere groep volgde een fytochemisch dieet. Dat klinkt spannend, maar het betekent dat de proefpersonen werden aangespoord om meer groente en fruit (deze bevatten fytochemicaliën)  te eten en daarin te variëren. Daarnaast moesten deze proefpersonen verzadigd vet vervangen door onverzadigd vet. Ook zij kregen wekelijks begeleiding van diëtist of coach. Deze deelnemers kregen echter geen kant-en-klare maaltijden en snacks. In plaats daarvan ontvingen zij een voedselwaardebon van tien pond per week en stelden daarmee hun voeding zelf samen. Dat verschil in praktische ondersteuning is belangrijk. Beide groepen kregen aandacht en begeleiding, maar alleen de ketogroep werd volledig(!) begeleid in de dagelijkse voedselvoorziening.

De ernst van de depressieve symptomen werd gemeten met een (PHQ-9) vragenlijst bij de start van het onderzoek en vervolgens na twee, vier en zes weken. Na twaalf weken werd opnieuw gemeten om te zien wat er overbleef van het effect nadat de intensieve dieetbegeleiding was gestopt. Angstklachten werden op dezelfde momenten gemeten. Andere uitkomsten, zoals kwaliteit van leven en mentale klachten, werden bij aanvang, na zes weken en na twaalf weken beoordeeld.

Wat gebeurde er met de depressieve klachten?

In beide groepen namen de depressieve symptomen in de eerste zes weken duidelijk af. Dat is op zichzelf al relevant, zeker bij mensen met een hardnekkige depressie. De afname was gemiddeld wat groter in de ketogroep dan in de fytogroep. Dat verschil was na zes weken statistisch significant (duidelijk effect). Het ging om een bescheiden extra daling van de PHQ-9-score in het voordeel van keto. Na twaalf weken, toen de intensieve ondersteuning al zes weken was beëindigd, was het verschil tussen de groepen niet meer significant.

Er werd ook gekeken naar remissie. Daarmee bedoelen onderzoekers dat de PHQ-9-score zo laag wordt dat iemand volgens de PHQ-9-vragenlijst nauwelijks nog depressieve symptomen heeft. Dat is dus meer dan verbetering; het benadert herstel. In deze studie werd remissie vaker gezien in de ketogroep, maar het verschil was niet sterk genoeg om met zekerheid te stellen dat dit niet door toeval kon worden verklaard.

Dan de vraag die voor het mechanisme cruciaal is. Als ketose de werkzame factor zou zijn voor een verbetering van de depressieve symptomen, dan zou je verwachten dat hogere ketonwaarden samengaan met een sterkere verbetering van de stemming. Die relatie werd echter niet gevonden. De gemeten ketonconcentraties hingen niet samen met veranderingen in depressieve symptomen. Dat betekent dat binnen deze studie geen direct verband werd aangetoond tussen de mate van ketose en de mate van symptoomvermindering. Er moet dus een andere verklaring zijn dan de mate van ketose en symptoomvermindering.

Ook de zogenoemde per-protocolanalyse geeft stof tot nadenken. In een per-protocolanalyse worden alleen de deelnemers meegenomen die zich daadwerkelijk goed aan het voorgeschreven dieet hielden. In die analyse verdween het significante verschil tussen de groepen. Met andere woorden, onder de mensen die het dieet daadwerkelijk volgden zoals bedoeld, was het verschil in effect van het dieet op vermindering van depressieve symptomen niet meer overtuigend aanwezig en dit maakt de interpretatie van de resultaten complex. Het aanvankelijke verschil tussen de groepen kan samenhangen met meerdere factoren tegelijk, waaronder het verschil in maaltijdverstrekking, de intensieve ondersteuning en mogelijk ook verwachtingen rondom een ingrijpend dieet en niet zozeer de vermeende voedingskundige eigenschappen van het dieet.

Hoe zat het met volhouden?

Tijdens de eerste zes weken rapporteerde het merendeel van de deelnemers in beide groepen dat zij zich grotendeels aan hun dieet hielden. De combinatie van wekelijkse begeleiding en duidelijke richtlijnen lijkt dus voor korte tijd goed uitvoerbaar.

Na twaalf weken, dus zes weken nadat de actieve ondersteuning was gestopt, zag het beeld er anders uit. In de ketogroep volgde een groot deel het dieet niet meer of slechts gedeeltelijk. Slechts een minderheid (20%) hield het nog consequent vol. In de fytogroep was de naleving duidelijk hoger (48%), mogelijk doordat dit dieet beter aansluit bij gangbare voeding. Dat verschil is belangrijk omdat een behandeling alleen effectief kan zijn als zij ook op langere termijn uitvoerbaar is.

Het is daarbij lastig om het effect van koolhydraatbeperking gedurende de eerste zes weken los te zien van het feit dat de ketogroep gedurende zes weken volledig begeleid werd in hun maaltijden. Dagelijks drie bereide maaltijden ontvangen, verlaagt de praktische drempel aanzienlijk om op eigen kracht een dieet te volgen. De controlegroep moest zelf inkopen doen, plannen en koken. Dat verschil in belasting kan op zichzelf invloed hebben op hoe iemand zich voelt, zeker bij een depressie waarbij energie en initiatief vaak beperkt zijn.

En dus…

Deze studie laat zien dat een ketodieet gedurende zes weken gepaard kan gaan met een vermindering van depressieve symptomen ten opzichte van een minder ingrijpend dieet. Het verschil was echter bescheiden, het hield geen stand na beëindiging van intensieve ondersteuning en er werd geen directe relatie gevonden tussen ketonwaarden en symptoomverbetering.

Dat laatste punt is belangrijk. Binnen dit onderzoek is niet aangetoond dat meer ketose gelijkstaat aan minder depressieve klachten. Daarmee blijft de hypothese dat ketonen zelf het doorslaggevende mechanisme vormen vooralsnog onbewezen.

Daarnaast speelt de praktische context mee. De ketogroep kreeg dagelijks bereide maaltijden en intensieve begeleiding. De fytogroep kreeg begeleiding, maar moest zelf hun voeding samenstellen. Het is niet goed mogelijk om het effect van koolhydraatbeperking volledig los te koppelen van dat verschil in ondersteuning.

Voor de praktijk betekent dit dat een ketodieet, maar ook een fytodieet een mogelijke aanvullende optie kan zijn voor mensen met een depressie die onvoldoende reageert op behandeling, mits goed begeleid en zorgvuldig afgestemd. Het is echter geen bewezen wondermiddel en zeker geen vervanging voor therapie, medicatie waar nodig en andere leefstijlfactoren zoals beweging en slaap.

Misschien is de meest nuchtere conclusie dat de stofwisseling van het brein een interessante rol kan spelen bij depressieve klachten, maar dat een enkele voedingsstrategie zelden het hele verhaal vertelt. Wie overweegt om koolhydraten sterk te beperken, doet er verstandig aan dat te bespreken met een behandelaar en te kiezen voor een aanpak die niet alleen theoretisch interessant is, maar ook op lange termijn vol te houden en eigen kracht stimuleert.

Foto: Bit245 (CanvaPro) - 2026

Dossiers: