EN  |  FR

Is echte voeding werkelijk ‘way to go’?

afbeelding bij Is echte voeding werkelijk ‘way to go’?

In januari 2025 verschenen de nieuwe Dietary Guidelines for Americans (2025–2030). De centrale boodschap ‘Eat Real Food’ van de richtlijnen kreeg ook op de Nederlandse socials veel aandacht. De vraag is of die aanbevelingen voor ‘echte voeding’ ook de richting is die we uitmoeten. Eerst onderstaande webbericht lezen voor je de voedingsplanner gaat intikken.

In januari 2025 verschenen de nieuwe Dietary Guidelines for Americans (2025–2030). Niet alleen in The States kregen deze voedingsrichtlijnen veel aandacht. Ook hier in Nederland en dan vooral op de socials werden ze behoorlijk enthousiast ontvangen. Niet omdat deze richtlijnen ons voedingsbeleid bepalen, maar omdat ze regelmatig worden aangehaald als alternatief voor bestaande adviezen die door onze Gezondheidsraad en Voedingscentrum worden gegeven. Vooral de positieve toon over rood vlees, boter en volle zuivel spreekt mensen aan die ervan overtuigd zijn dat verzadigd vet onterecht is weggezet als ongezond en misschien zelfs juist gunstig is voor iedereen die het risico op hart- en vaatziekten wil beperken en zijn, of haar metabole gezondheid wil verbeteren.

De centrale boodschap ‘Eat Real Food’ van de richtlijnen klinkt ook goed. Wie kan daar nu tegen zijn? Voor veel mensen klinken deze richtlijnen als muziek in de oren. Geen angst meer voor verzadigd vet, rood vlees, boter, en nepvoedsel links of rechts laten liggen.

Maar wie onder de motorkap van de richtlijnen kijkt, ziet dat er behoorlijk wat verkeerd is gemonteerd. Niet alleen de motor rammelt. Ook het chassis, de ophanging en de transmissie sluiten niet goed op elkaar aan. Het gevolg is een voertuig waarbij de voorwielen vooruit draaien en de achterwielen achteruit. Er klinkt een ronkende Amerikaanse V8, maar hij brengt je nergens. Wil je nauwkeurig de richtlijnen opvolgen, dan kom je bedrogen uit.

Om te begrijpen waar het misgaat in de huidige richtlijnen, is het eerst nodig om te kijken wat voedingsrichtlijnen zijn en voor wie ze bedoeld zijn.

Wat zijn de Dietary Guidelines for Americans?

De Dietary Guidelines for Americans zijn de officiële voedingsrichtlijnen van de Amerikaanse overheid en worden elke vijf jaar herzien. Ze vormen de basis voor voedingsvoorlichting, gezondheidsbeleid en publieke voedingsprogramma’s. De richtlijnen geven nadrukkelijk geen individuele dieetadviezen, maar aanbevelingen voor de bevolking als geheel, gebaseerd op het totaal aan wetenschappelijk bewijs met als doel de algemene populatie te behoeden voor het ontwikkelen van welvaartsziekten. Het doel van de Amerikaanse Voedingsrichtlijnen is dan ook vergelijkbaar met het doel van onze Richtlijnen Goede Voeding. En dat doel van de richtlijnen is abstracte gezondheidsinzichten vertalen naar richtinggevende voedingspatronen.

Wat in de editie 2025–2030 opvalt, is de nadruk op een hogere consumptie van volle dierlijke producten, de introductie van het begrip Ultra Processed Foods (UPF) en de belofte van eenvoud met de slogan Eat Real Food en dat spreekt aan, omdat het zo eenvoudig klinkt! Maar eenvoud werkt alleen als de theoretische onderbouwing past bij de praktische adviezen die de voedingsrichtlijnen geeft. En daar gaat het mis.

Meer, of juist minder verzadigd vet

De richtlijnen houden vast aan de aanbeveling dat verzadigd vet minder dan 10 procent van de dagelijkse energie-inname zou moeten leveren. Die grens is niet nieuw, en verschilt niet met de Nederlandse aanbeveling en was ook in eerdere edities expliciet aanwezig, gebaseerd op het verband tussen de consumptie van verzadigd vet en het risico op hart- en vaatziekten. Hoe dan? We leggen het uit. Tegelijkertijd met het advies om de inname van verzadigd vet te beperken worden volle zuivel, rood vlees en dierlijke vetten, allemaal rijk aan verzadigd vet, nu expliciet neergezet als passend binnen een gezond voedingspatroon. Maar hier ontstaat dus duidelijk een praktisch probleem, want wat wordt er nu aanbevolen?

Neem bijvoorbeeld een man die intensief sport en dagelijks ongeveer 3000 kilocalorieën eet. Tien procent van de totale energie-inname geleverd door verzadigd vet is ongeveer 35 gram verzadigd vet (we ronden af naar boven). Drie porties volle zuivel leveren samen al grofweg 15 gram verzadigd vet. Een portie rood vlees voegt daar gemakkelijk nog 8 tot 10 gram aan toe. Wanneer je ook nog boter, of ossewit gebruikt om mee te koken, kom je makkelijk boven die 33 gram verzadigd vet per dag uit. De richtlijnen nodigen dus uit tot voedingskeuzes die ze tegelijkertijd rekenkundig begrenzen. En daar stopt het niet!

Ultra Processed Foods (UPF) beperken, klinkt goed, maar is inhoudelijk leeg

Een tweede pijler van de richtlijnen is het advies om Ultra Processed Foods (UPF) te beperken, vaak vertaald als ‘ultrabewerkte voedingsmiddelen’. Dat klinkt logisch, maar het begrip blijft opvallend vaag en wordt ook niet duidelijk omschreven door de richtlijnen. In de voedingswetenschap betekent bewerkt simpelweg dat een product is veranderd ten opzichte van de oorspronkelijke vorm. Dat kan variëren van malen en koken tot fermenteren en mengen. Bewerking op zichzelf zegt weinig over voedingswaarde of effect op de gezondheid van sporters. Voor sporters en andere mensen die op hun gezondheid willen letten, is het echter belangrijk om te weten wat verantwoord is en wat niet. En daar gaat het mis. Veel voedingsmiddelen die verantwoord zijn, zoals volkoren pasta, volkoren brood (en die ook in de Amerikaanse richtlijnen staan), plantaardige oliën en zelfs magere kwark zijn technisch gezien (ultra)bewerkt. Tegelijkertijd vallen producten als chips, koek en suikerhoudende frisdrank onder dezelfde noemer. De Amerikaanse richtlijnen zijn echter niet duidelijk over welke (ultra)bewerkte voedingsmiddelen je nu wel en welke niet met een gerust hart kan consumeren.

Essentiële vetzuren en olijfolie: gezond vet

De nieuwe Amerikaanse voedingsrichtlijnen benadrukken gezonde vetten uit volwaardige voedingsmiddelen zoals vlees, eieren, vette vis, noten, zaden en plantaardige oliën, waaronder olijfolie. So far, so good. Daarnaast adviseert de richtlijn om essentiële vetzuren zoals omega-6 (linolzuur) en omega-3 (alfa-linoleenzuur)  voldoende te consumeren omdat het lichaam deze vetzuren niet zelf kan maken. De richtlijn zegt dan ook:

When cooking with or adding fats to meals, prioritize oils with essential fatty acids, such as olive oil.

Echter, en nu komt het. Olijfolie bevat maar weinig essentiële vetzuren. Wederom spreekt de richtlijn zich tegen.

Alcohol: minder duidelijkheid, meer risico

Een opvallende verslechtering in de huidige richtlijnen is het alcoholadvies. Waar eerdere edities duidelijker waren over het beperken van alcoholgebruik en aangaven wat de maximale dagelijkse consumptie voor vrouwen en mannen was, wordt nu meer nadruk gelegd op het matigen van alcohol, zonder expliciet te benoemen dat geen alcohol consumeren voor gezondheid de beste keuze is.

Voor iedereen, maar vooral ook voor sporters is dat een gemiste kans. Alcohol verstoort de slaapkwaliteit en belemmert het spierherstel. Daarnaast verhoogt alcohol het risico op tal van ziekten, waaronder leverziekten, bepaalde vormen van kanker en hart- en vaatziekten.

Hoe wordt wetenschappelijk bewijs normaal gewogen?

Voedingsrichtlijnen zijn altijd gebaseerd op een combinatie van verschillende soorten onderzoek. Dat is geen zwaktebod, maar een noodzaak. Voeding laat zich namelijk niet langdurig en volledig gecontroleerd bestuderen zoals een medicijn. We geven in dit artikel een korte 101 over verschillende soorten onderzoek en wat je ermee kan. In eerdere edities van de Amerikaanse richtlijnen werd expliciet erkend dat geen enkele studie doorslaggevend is. Het ging om samenhang tussen de bevindingen, kwaliteit van het onderzoek en biologische waarschijnlijkheid van de gevonden resultaten. In de huidige richtlijnen is die weging niet consequent. Bij verzadigd vet wordt een uitzonderlijk hoge bewijslast gehanteerd, terwijl bij andere thema’s, zoals eiwitrijke voeding (hoewel wij daar helemaal voor zijn) korte studies als voldoende overtuigend gelden. Dat maakt het voor kritische lezers lastig om te beoordelen hoe stevig aanbevelingen werkelijk zijn onderbouwd.

En dus…

De nieuwe Amerikaanse voedingsrichtlijnen zijn aansprekend gepresenteerd, maar inhoudelijk schuren ze. Ze combineren vage begrippen met onderling botsende adviezen en hanteren wisselende standaarden voor wetenschappelijk bewijs en dat maakt ze lastig toepasbaar. Goede richtlijnen hebben niet als doel om iedereen tevreden te stellen, maar om duidelijk richting te geven. Dat vraagt om samenhang in het vertalen van abstracte voedingsinzichten naar concrete, uitvoerbare voedingskeuzes. Voor wie zijn sportprestaties en gezondheid serieus neemt, is geen gelikte richtlijn nodig, maar een systeem dat logisch in elkaar zit.

De vraag doemt dan op, of Amerikaanse voedingswetenschappers de relatie tussen voeding en gezondheid heel anders zien dan hun Europese vakbroeders. Het antwoord is nee, maar tussen wetenschap en het opstellen van voedingsrichtlijnen kunnen culturele verschillen soms een hartig woordje meespreken.

Dossiers: