EN  |  FR

Vijf dingen die bodybuilders moeten weten over peptiden

afbeelding bij Vijf dingen die bodybuilders moeten weten over peptiden

Peptiden hebben de wereld van de farmacologische bodybuilding veroverd. Geen wonder. Wat je ook wilt bereiken, volgens influencers en webwinkels is er een peptide voor. Hardnekkige blessures genezen, vetlagen afbouwen, meer groeihormoon en testosteron aanmaken… Met peptiden kan het. Het klinkt te mooi om waar te zijn.

Noah Jay is een van de duizenden influencers die diep onder de indruk is van peptiden. In het najaar van 2025 vertelde hij op zijn TikTok-kanaal hoe injecties met BPC-157 hem in een maand van een pijnlijke schouderblessure hadden afgeholpen. ‘Ik ben helemaal verzot op dit spul’, zei Jay.

Jay vond het jammer dat hij BPC-157 niet eerder had ontdekt. Hij had door zijn geblesseerde schouder maanden niet kunnen trainen, maar dankzij een combinatie van TRT (waarover Jay het verder niet heeft) en BPC-157 traint Jay nu weer vijf dagen per week.

Vergeleken met collega-influencers is Noah Jay nogal conservatief. Jay Campbell, longevity-expert en schrijver van Optimize your Health with Therapeutic Peptides, pakt het voortvarender aan. Op zijn website adviseert Campbell geblesseerde sporters drie peptiden tegelijkertijd te nemen – BPC-157, TB-500 en GHK-Cu.

Trend

Webwinkels verkopen inmiddels tientallen soorten peptiden. Het aanbod is overweldigend. Wil je afslanken? Dan is er AOD‑9604, een peptide dat is gebaseerd op menselijk groeihormoon. Het is een kopie van precies dat stukje van het groeihormoon dat ervoor zorgt dat het lichaam makkelijker vet verbrandt. Wil je beter slapen? Neem dan, vlak voordat je onder de wol kruipt, een injectie met Delta Sleep‑Inducing Peptid (DSIP). Moeite met concentreren? Dan neem je Semax. Enzovoorts.

Webwinkels verkopen peptiden al meer dan twintig jaar, maar recent is het gebruik geëxplodeerd. Volgens cijfers uit de Verenigde Staten is het gebruik van peptiden in 2025 ten opzichte van 2024 verdubbeld. De omvang van de markt ligt in de VS boven de 400 miljoen dollar per jaar.  

De peptiden waarover we het hebben, zijn geen geregistreerde medicijnen. De handel erin is, afhankelijk van het land en het preparaat, grijs of illegaal. Dat geld ook voor de Verenigde Staten. De Food and Drug Administration (FDA) beschouwt ze als experimentele medicijnen, waarvan de effecten en bijwerkingen nog niet voldoende bekend zijn. Ze zijn te riskant voor menselijk gebruik, aldus de FDA. Via sluiproutes en grijze en illegale kanalen kunnen honderdduizenden Amerikanen er toch hun hand op leggen. Er zijn zelfs Amerikaanse artsen, vaak verbonden aan longevity-klinieken, die ze voorschrijven.

Nederland

In Nederland is het nog niet zover. Hier zijn het nog vooral de anabolengebruikers in het sportschoolcircuit die experimenteren met peptiden. De belangstelling gaat in de eerste plaats uit naar middelen die de spiergroei moeten versnellen, zoals PEG-MGF, Follistatine-344 en IGF-1-LR3. Maar ook andere peptiden, zoals de ‘herstelpeptiden’ waarvoor Noah Jay en Jay Campbell een lans breken, hebben een plaats in het Nederlandse dopingmilieu verworven.

De goed ingevoerde lezers van Eigen Kracht weten heel goed wat peptiden zijn. In dit webbericht gaan we dat niet nog een keer uit de doeken doen. In plaats daarvan brengen we vijf eigenschappen van peptiden voor het voetlicht waarvoor influencers op sociale media weinig aandacht hebben. Dat is onterecht, vinden we. Iedereen die peptiden wil gebruiken, zou ze moeten kennen voordat ze in een online peptidenwinkel op de bestelknop drukken.

1 | We weten vaak nog niet of peptiden werken

Reguliere medicijnen mogen pas op de markt komen als de producenten hebben kunnen aantonen dat ze werken en veilig zijn. Peptiden hebben dat proces niet ondergaan. Webwinkels en influencers beweren van alles over wat peptiden allemaal kunnen, maar die claims en uitspraken sporen vaak niet met wat over de werking van peptiden écht bekend is.

Neem nou kisspeptine-10, een peptide waarvan anabolengebruikers hopen dat het de natuurlijke aanmaak van testosteron helpt herstellen na lange kuren. Kisspeptine-10 werkt op een andere manier dan hCG of anti-oestrogenen als tamoxifeen en clomifeen. Het peptide stimuleert de afgifte van GnRH, het hormoon dat helemaal aan het begin staat van de endocrinologische feedbacklus die de aanmaak van testosteron regelt.

Veel gebruikers hebben teleurstellende ervaringen met dit peptide. Als je de wetenschappelijke literatuur erop naslaat, zie je waarom. Jazeker, kisspeptine-10 kan de afgifte van testosteron verhogen, maar dan praten we over doses die tientallen keren hoger zijn dan de doses die influencers noemen. Onderzoekers dienen het peptide intraveneus en via een infuus toe, gedurende een periode van bijna een etmaal - en niet via de subcutane injecties die webwinkels adviseren.

Ook van veel andere peptiden is niet duidelijk of ze wel werken. Dat geldt bijvoorbeeld voor thymosine-bèta-4 (TB4). Volgens webwinkels en influencers is TB4 een ‘herstelpeptide’ dat blessures sneller laat genezen, maar die claim is nauwelijks onderbouwd.

In proefdieronderzoek en kleine studies met proefpersonen genezen wonden sneller door gels met TB4, maar er is nauwelijks onderzoek waarin TB4 blessures laat verdwijnen. Het enige onderzoek dat we konden vinden is een Chinese dierstudie waarin onderzoekers TB4 operatief in contact brachten met een beschadigde pees. Een magere basis om dat spul in je zere schouder te injecteren, toch?

2 | We weten vaak niet wat er in die vials zit

We gaan nog even door over TB4. Het molecuul van TB4 is een sliert van 43 aminozuren. In webwinkels die peptiden verkopen, vind je ook TB-500. Dat is een peptide van zeven aminozuren. Je vindt die sliert van zeven aminozuren terug in het grotere TB4. Volgens webwinkels en influencers is TB-500 ‘het actieve deel’ van TB4 en is TB-500 ‘dus een nog effectiever herstelpeptide dan TB4’.

Dat is gedeeltelijk waar. TB-500 – voor de fijnslijpers onder ons: LKKTETQ – is een actief deel van TB4. Het bindt aan actine. Maar omdat er nauwelijks onderzoek is naar de biologische effecten van TB-500, weten we niet of TB-500 ‘nog effectiever’ is dan TB4. Het enige onderzoek dat we hebben kunnen vinden is een dierstudie waarin TB-500 wonden sneller laat genezen.

TB-500 is toevallig wel een peptide die door politie en douane vaak in beslag is genomen. Bovendien hebben laboratoria meerdere vials met TB-500 geanalyseerd. Uit dat onderzoek blijkt dat ongeveer 15 procent van de TB-500-preparaten geen actieve stoffen bevat. In 60 procent van de vials zit TB4, en in het resterende kwart van de preparaten zit wat er volgens de webwinkels in zou moeten zitten: TB-500. Waarschijnlijk is de kwaliteit van andere peptiden op de grijze en zwarte markt niet veel beter.

3 | De bijwerkingen zijn nog onbekend

Omdat peptiden nog nauwelijks zijn onderzocht, hebben we geen flauw idee wat hun bijwerkingen zijn. Uit wat wél bekend is over peptiden, blijkt dat onderzoek naar bijwerkingen geen overbodige luxe is.

Om nog een keer op TB4 terug te komen, TB4 stimuleert de aanleg van nieuwe bloedvaten. Zo stimuleert TB4 de genezing van wonden, maar hetzelfde mechanisme kan ook tumoren sneller laten groeien. In snelgroeiende kankergezwellen vinden oncologen vaak hoge concentraties TB4. Dat bewijst niet dat TB4 kankerverwekkend is, maar geeft wel aan dat bedrijven de mogelijke kankerbevorderende werking van TB4 eerst in kaart zouden moeten bestuderen voordat mensen TB4 gaan injecteren.

Wat geldt voor TB4, geldt voor veel meer peptiden. Op het eerste gezicht lijken ze veilig en soms zelfs allerlei positieve gezondheidseffecten te hebben. Bestudeer je ze grondiger, dan kom je echter ook dingen tegen waarop je niet gerust bent. Een fraai voorbeeld is MOTS-c, een peptide dat cellen stimuleert om meer vet te verbranden en misschien verouderingsprocessen vertraagt. MOTS-c remt echter ook basale processen in cellen, waardoor het misschien juist celveroudering versnelt.

4 | Veel peptiden zijn mislukte medicijnen

Volgens webwinkels en peptide-experts op sociale media lopen gebruikers van peptiden voor op de medische wetenschap. Artsen moeten er nu nog weinig van hebben, maar dat komt omdat ze er geen verstand van hebben. Over tien, twintig jaar is dat anders. Dan staat in de medische leerboeken dat peptiden formidabele medicijnen zijn. Kwestie van tijd.

Dat beeld klopt niet. Nogal wat peptiden zijn in het verleden wel door farmaceutische onderzoeksbedrijven bestudeerd, maar dat onderzoek is stopgezet toen duidelijk werd dat peptiden niet effectief of te riskant waren. Een voorbeeld is CJC-1295, een peptide dat de aanmaak van groeihormoon verhoogt.

CJC-1295 is een verkorte versie van het hormoon GHRH, dat de hypofyse stimuleert om groeihormoon te produceren. CJC-1295 breekt na injectie snel af en is nauwelijks effectief, maar er is een langwerkende versie, CJC-1295 with DAC. Als je in een webwinkel de langwerkende versie koopt, krijg je volgens een Frans onderzoek trouwens soms toch de kortwerkende versie. We zeggen het er maar voor de volledigheid bij.

Twintig jaar geleden leek het er even op dat de langwerkende versie van CJC-1295 als een alternatief voor groeihormoon op de markt zou komen. Uit onderzoek waarin mensen injecties met langwerkende CJC-1295 kregen, werd echter duidelijk dat de werking van het peptide onbetrouwbaar was. Het was niet mogelijk een goede dosering te berekenen. Op de snelheid waarmee het peptide uit het bloed verdween en het effect op de concentratie groeihormoon en IGF-1 was geen peil te trekken. Bovendien waren er onvoorspelbare bijwerkingen. Soms steeg de bloeddruk, soms kelderde hij. Bovendien klaagden de meeste proefpersonen over hoofdpijn en pijnlijke injectieplekken. Tot overmaat van ramp werden de bijwerkingen serieuzer en kwamen ze vaker voor naarmate de proefpersonen meer injecties hadden gekregen.

Nadat een proefpersoon overleed, zette het bedrijf achter CJC-1295 het onderzoek stop. Het ging zelfs bijna failliet. Een paar jaar later verschenen de vials met CJC-1295 in de webwinkels.

5 | De meest beloftevolle peptide is BPC-157

Niet alle peptiden zijn afdankertjes van de farmaceutische industrie of potentiële losse flodders. Er zijn een paar peptiden die meer in hun mars hebben – en eentje daarvan is BPC-157. BPC-157 is aan het einde van de vorige eeuw in maagzuur ontdekt door Kroatische wetenschappers. Het is een peptide van 15 aminozuren dat er niet alleen voor zorgt dat de maagwand zich herstelt van beschadiging door maagzuur, maar volgens proefdieronderzoek in bijna alle soorten weefsels – inclusief spieren en gewrichten - genezing bespoedigt.

Er zijn tientallen dierstudies verschenen die de effecten van BPC-157 bevestigen. Er zijn zelfs een paar kleine humane studies. In die studie herstellen patiënten sneller van een beschadigde knie door injecties met BPC-157, of krijgen ze via een infuus grote hoeveelheden BPC-157 toegediend zonder dat er nevenwerkingen ontstaan. Onderzoekers hebben zelfs bestudeerd of BPC-157 het risico op kanker verhoogt. Omdat herstelpeptiden celgroei en de aanleg van bloedvaten stimuleren, zouden herstelpeptiden in theorie ook de groei van tumoren kunnen versnellen. Volgens een Zuid-Koreaanse dierstudie, die in 2018 verscheen in Current Pharmaceutical Design, stimuleert BPC-157 de groei van tumoren niet. Van de meeste andere herstelpeptiden is de mogelijke kankerbevorderende werking nooit onderzocht.

Er zal nog veel onderzoek nodig zijn voordat er voldoende zekerheid is over de werkzaamheid en veiligheid van BPC-157, maar misschien is BPC-157 de uitzondering die de regel bevestigt. BPC-157 is misschien het spreekwoordelijke klompje goud dat je vindt als je maar lang genoeg in de modder zoekt. En misschien is BPC-157 dat ook helemaal niet. Misschien zal ook BPC-157 uiteindelijk de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken. Net als al die andere peptiden.

Dossiers: