EN  |  FR

Alles over eiwit: deel 2

afbeelding bij Alles over eiwit: deel 2

De fanatieke fitnesser weet alles al over eiwit. Nou ja, bijna alles. Geloven we onmiddellijk, maar eiwit eens in een degelijk drieluik de revue te laten passeren, leek ons nuttig. Gewoon om eens lekker op te frissen over het belangrijkste nutriënt voor spieropbouw en spierbehoud als er een jas uitgetrokken moet worden. In dit deel kijken we naar het lot van een bak kwark.

In het vorige deel hebben we gekeken naar de opbouw en afbraak van (spier) eiwit. Om je spiermassa op peil te houden, of liever nog, uit te bouwen, moet er voldoende eiwit worden aangevoerd. Een bak kwark helpt daarbij. Je bent tenslotte, voor wat het materiële deel betreft, wat je eet.

Kwark eten zorgt voor een toename van aminozuren in het bloed. Vervolgens kunnen deze aminozuren naar de spiercellen van ons lichaam worden vervoerd, waar ze gebruikt kunnen worden voor eiwitsynthese, hadden we gezien. Maar hoeveel gram van die halve pot kwark komt daadwerkelijk vanuit de maag in het bloed en hoeveel gram wordt er daadwerkelijk ingebouwd in de spier? Om deze vraag te beantwoorden voerden inspanningsfysiologen van de universiteit Maastricht in 2015 een complex experiment uit bij 12 jonge mannen. Met dat onderzoek wilden de onderzoekers antwoord geven op de vraag hoeveel van 20 gram caseïne-eiwit (een eiwit dat veel voorkomt in kwark) terecht komt in het bloed (na vertering en opname vanuit de lever) en hoeveel eiwit wordt opgenomen en ook daadwerkelijk wordt ingebouwd in de spier.

Eiwitten opsporen

Om dit grondig te kunnen onderzoeken gebruikten de onderzoekers een combinatie van zogenaamde stabiele isotopen (tracers) met intrinsiek gelabeld caseïne-eiwit. Een hele mond vol, maar het komt er op neer dat het traject dat de kwark aflegt precies te volgen is. Met deze onderzoeksmethode kan worden onderzocht hoe aminozuren worden gebruikt door het lichaam. Hoe dan?

Voordat dit experiment met de 12 mannen überhaupt begon, hadden de onderzoekers een  infuus geplaatst op een koe. In dit infuus zaten verschillende gelabelde aminozuren. Dit zijn precies dezelfde aminozuren die je terugvindt in eiwitten (bijv. in ons lichaam), echter doordat ze gelabeld zijn, kunnen onderzoekers ze onderscheiden van de aminozuren die al in ons lichaam zelf of in het caseïne-eiwit zitten. Je moet je voorstellen dat de aminozuren in het infuus een rood vlaggetje krijgen, terwijl de aminozuren in ons lichaam en in de kwark normaliter een blauw vlaggetje hebben. Op deze manier zijn de aminozuren dus herkenbaar voor analyses in een laboratorium.

Na een tijd lang aan het infuus te hebben gezeten, heeft de koe deze gelabelde aminozuren gebruikt om in te bouwen in de melk die ze produceert. De koe gaf dus melk waarvan bepaalde aminozuren “gelabeld” zijn. Vervolgens hebben de onderzoekers die melk verzameld en hieruit de caseïne-eiwitten geïsoleerd (dus goed om hier te weten dat melkeiwit voor ongeveer 20% uit wei-eiwit en 80% caseïne-eiwit bestaat). Vervolgens zijn de geïsoleerde caseïne-eiwitten gebruikt voor het experiment bij de 12 jonge mannen.

Tijdens een testdag in een laboratorium van de Universiteit Maastricht dronken de 12 mannen het caseïne-eiwit (20 gram) van die koe en in de 5 uren daarna werden verschillende metingen gedaan om precies te zien waar de aminozuren vanuit dit caseïne-eiwit terecht kwamen. Zo vonden de onderzoekers dat ongeveer 55% van de aminozuren uit het caseïne-eiwit terecht kwam in het bloed (dus de overige 45% was waarschijnlijk achter gebleven in het maag-darm stelsel of de lever om daar te worden gebruikt, of mogelijk deels nog niet helemaal verteerd, aangezien caseïne traag wordt verteerd). Van deze 55%, konden de onderzoekers bepalen (met behulp van de afname van kleine stukjes spierweefsel) dat ongeveer 11% werd opgenomen en ingebouwd in nieuwe eiwitten in de spiercellen. Dat is dus ongeveer 2.2 gram. Dus na inname van een halve bak kwark (~20 g eiwit) zul je ongeveer 2.2 gram van die aminozuren uit dat eiwit inbouwen in jouw eigen spieren.

Hoeveel eiwit je moet eten, welke soort, of je eiwit moet timen (verdelen) en of je ook teveel eiwit kunt eten, lees je volgende week in deel 3 van ‘Alles over eiwit’.

Intussen kun je ons eiwitdossier bekijken. 

Dossier: