EN  |  FR

Een potje vetverbranding

afbeelding bij Een potje vetverbranding

Zwaar vuurwerk, kerstbomen, auto’s, belendende percelen, bepaalde buurtsupers; aan verbranding ontbrak het ook afgelopen jaar niet. De meeste mensen snappen wel hoe die ellende werkt en willen er dan ook vanaf. Maar hoe dat precies zit met vetverbranding, daar bestaat nog veel onduidelijkheid over. Daarom hieronder de broodnodige basis over vetten en hoe ze te verbranden. Een ondersteunend webbericht, voor iedereen die 2021 wil starten met goede bedoelingen.

Wat betreft vetverbranding en afvallen bestaan er talloze misverstanden en mythen. Zo hebben we al een keer de mythe ontkracht dat je op een matige intensiteit moet sporten om af te vallen. Ook hebben we de mythe van de slimbelly gebutst Verder hebben we het zwakke wetenschappelijke fundament onder de trilplaat behoorlijk de bibber bezorgd. Maar telkens als we een vetverbrandingsmythe aan de kaak hebben gesteld, steekt er weer een nieuwe mythe de kop. Vetverbrandingsmythes lijken even moeilijk uit te roeien als die koppige exoot, de Japanse Duizendknoop. In dit bericht kraken we een kritische noot over de mythe dat je met ‘cuppen’ van je hardnekkige vet kunt afkomen. Maar voordat we daar op in gaan, lijkt het handig om wat meer vetverbrandingskennis in huis te hebben. 

Vetcel, vet verbranden en afvallen

Vet wordt in vetcellen (adipocyten) opgeslagen. We vinden adipocyten met name tussen de buikorganen, het zogenaamde viscerale of dieper gelegen buikvet, en vlak onder onze huid, het subcutane vet. Het subcutane vet is het onderhuidse vetweefsel dat je kan vastpakken. In de adipocyten is er een voortdurende dynamiek tussen vetopbouw en vetafbraak. Wil je van overtollig vet afkomen, dan moet de energiebalans langdurig negatief zijn, want dan is de vetafbraak groter dan de opbouw ervan en neemt de vetmassa af. We noemen het beestje ‘adipocyt’ hier verder onder de gebruikelijke naam, ‘vetcel’. Om het verschil tussen energiegebruik en energie-inname (energietekort) namelijk goed te maken gaat je lichaam de opgeslagen vetten onder je huid en tussen je organen verbranden.

Hoe doet je lichaam dat? Eerst worden de vetten uit de vetcellen vrijgemaakt in een proces dat lipolyse wordt genoemd. Vervolgens worden de vrijgemaakte vetstoffen aan het bloed afgegeven en naar de cellen getransporteerd, die hunkeren naar brandstoffen om het vervolgens te verbranden. Hoe groter het verschil tussen afbraak en opbouw, dat wil zeggen, het energietekort, des te sneller de vetmassa (aanvankelijk) afneemt. Vetcellen moeten wel de boodschap krijgen om vetten af te breken en af te geven aan het bloed. Die boodschap krijgt de vetcel in de vorm van bepaalde hormonen (met name adrenaline) die door het bloed bij de vetcel worden gebracht.  

Kort samengevat moet er dus aan drie voorwaarden worden voldaan om van vet af te komen. In de eerste en belangrijkste plaats moet er sprake zijn van een negatieve energiebalans. Ten tweede moet vetweefsel worden doorbloed om ten derde hormonen die vetafbraak stimuleren in het vetweefsel te brengen..

Oud vet, hardnekkig vet

Iedere lifter die in een serieuze definitie/dieetfase zit, kent het; aanvankelijk kom je betrekkelijk eenvoudig van je ongewenste vet af. Echter, naarmate je steeds dichter bij je gewenste lichaamsvetpercentage komt, wordt het steeds lastiger om vet kwijt te raken. Bodybuilders spreken dan van hardnekkig vet, of ‘oud vet’. Bij vrouwen lijkt hardnekkig vet vaak rond de billen en heupen zich te nestelen. Bij mannen zit het vermeende hardnekkige vet in de regio ter hoogte van de onderste buikspieren en rond de onderrug.

Dit hardnekkig vet zou bijzonder lastig weg te werken zijn, maar klopt dat wel? In zekere zin zit er wel een kern van waarheid in. Zo wordt vet uit de voor de gezondheid schadelijke viscerale vetopslag makkelijker afgebroken, dan het onderhuidse vet rond de billen en heupen bij vrouwen en vet rond de onderbuik en rug bij mannen. Het schadelijke buikvet is namelijk gevoeliger voor vetafbrekende hormonen, dan het onderhuidse vet. Als je dus in een negatieve energiebalans komt, wordt gelukkig (!) eerst met name het schadelijke buikvet tussen de organen weggewerkt. Vervolgens wordt het onderhuidse vet op heupen, benen en buik aangeboord. Als je echter al tamelijk slank bent en niet veel buikvet hebt, begint je lichaam vrij snel dat onderhuidse vet weg te werken. Het verschil in vetafbrekende kwaliteiten tussen schadelijk buikvet en het onderhuidse vet verklaart dus niet waarom je aanvankelijk wel van je onderhuidse vet afkwam en naarmate je dieetfase vordert dit steeds moelijker wordt.

Nee, er is een veel simpelere verklaring waarom het steeds lastiger wordt om steeds ‘droger’ te worden. Vet kwijtraken is vooral een kwestie van een negatieve energiebalans. In het begin van je cutting of dieetfase is het verschil tussen energiegebruik en -inname groot en verlies je snel vet. Echter, als je dieper in je dieetfase komt, wordt het verschil tussen energiegebruik en -inname steeds kleiner. Bij elke cutfase verlies je namelijk altijd wat spiermassa. Spiermassa is nodig om je energiegebruik hoog te houden. Daarnaast heeft vetweefsel zelf ook metabole activiteit. Zowel het verlies van spiermassa als het vetmassaverlies verlaagt je energiegebruik en daardoor gaat afvallen steeds trager. 

Maak er geen vetpotje van

Wat we ‘hardnekkig vet’ noemen, is dus eigenlijk meer een ‘hardnekkig proces’ om zo laag mogelijk in je lichaamsvetpercentage te zakken. Een streven waartegen het lichaam zich als het ware verzet. Voor het hierboven genoemde ‘oude vet’ – een mythe die in het bodybuilding nog wel opgeld doet – bestaat geen enkel bewijs. Het lichaam breekt voortdurend vet af en bouw het weer op. Er zijn dus geen oude vetlagen als ‘jaarringen’ van een boom. Bijna alle (!) cellen in het lichaam worden over een duur van zeven jaar vervangen voor nieuwe cellen. Met uitzondering van zenuwcellen en spiercellen. 

En hoe het nou met dat ‘cuppen’ zit? Nou, dat gaat zo. Bij het afslanken met cuppen worden verwarmde glazen bolletjes op je huid gezet. Omdat de bol warm is, trekt deze vacuüm, zodra deze op de huid wordt gezet. Cuppen zou de doorbloeding van het hardnekkig vetweefsel stimuleren, waardoor vetafbrekende hormonen beter op de plek van bestemming komen. Met cuppen kom je op deze manier eenvoudig van je hardnekkig vet af. Klinkt goed, maar klopt niet. Het fysiologische fundament onder cuppen op zijn zachtst gezegd twijfelachtig. Zo lijkt er alleen bewijs te zijn dat cuppen de doorbloeding van de huid stimuleert en niet van het vetweefsel vlak onder huid. Maar, stel dat dat cuppen de doorbloeding van onderhuids vet stimuleert, dan betekent dat nog niet dat de vetcellen plots meer vet gaan afbreken. Maar belangrijker nog, het cuppen heeft geen effect op je energiebalans. Vrijgemaakt vet verdwijnt namelijk niet plotseling, maar zou eenmaal vrijgemaakt gewoon weer in de metabole molen van opslag en verbranding terecht komen. En daar spreekt een energietekort (de energiebalans) het laatste woord. Is er geen negatieve energiebalans, dan worden al die zogenaamd vrijgemaakte vetten weer lekker opgeslagen in de adipocyten (vetcellen). Ons advies is dus: kappen met dat cuppen!

Een pre-corona smeer-het-maar-in-mijn-haar hit vind je hier. Nu maar hopen dat het post-corona niet weer een knaller wordt.

Dossiers: