EN  |  FR

Sport in de overdrive

afbeelding bij Sport in de overdrive

Er is natuurlijk niks mis met enthousiast aan fitness of bodybuilding doen. Maar als je obsessie voor de sport zo groot wordt dat je leven buiten de sportschool praktisch ophoudt te bestaan, dan doe je jezelf tekort. En je familie. En je vrienden. En je buren. Eigenlijk iedereen.

Je bent bezeten van je sport. Je denkt aan niets anders dan aan het halen van dat vetpercentage van vijf procent, of die honderdzestig kilo die je op de bank wilt hebben. Je ziet je vrienden van vroeger niet zo vaak meer, omdat je zoveel tijd doorbrengt in de gym. Je eet thuis apart, omdat de maaltijden die je huisgenoten naar binnen werken niet voldoen aan de eisen die jij aan je voeding stelt. Al je gesprekken gaan over training, voeding en suppletie. En als je voor de vierde keer deze maand Pumping Iron op je laptop bekijkt, dan snap je helemaal waarom Arnold Schwarzenegger niet naar de begrafenis van zijn vader kwam. Hij moest toch trainen?

Als je jezelf in die beschrijving herkent, dan ben je misschien niet op een gezonde manier met je sport bezig. Je slaat door. Als je leeft voor de sport en de rest verwaarloost, pleeg je mentaal roofbouw op jezelf en riskeer je een burnout. Bovendien ben je hard op weg om doodongelukkig te worden. En dat is geen overbezorgde kletspraat van ons. We baseren ons op degelijke wetenschappelijke studies, zoals die van de Amerikaanse psycholoog Dan Gilbert.

Gelukspsychologie

Gilbert is verbonden aan de beroemde universiteit van Harvard en schrijver van het boek Stumbling on Happiness. Hij bestudeert al jaren de psychologie van de staat die we allemaal nastreven: gewoon gelukkig zijn. Gilbert is een uitstekende spreker, en je kunt op YouTube uitstekende registraties van zijn performances vinden. Deze en deze kunnen we je warm aanbevelen.

Eén van de belangrijkste dingen die Gilbert en zijn collega’s de afgelopen jaren hebben ontdekt is dat we allemaal, of we nu verslingerd zijn aan bodybuilding en fitness of niet, niet goed kunnen inschatten wat ons nou eigenlijk gelukkig maakt. De mens heeft de neiging om geluk te zien als een prijs of een beloning. We moeten belangrijke wedstrijden winnen om gelukkig te zijn, denken we. We moeten prijzen winnen. We moeten overtollige kilo’s vet verliezen. We moeten een aantrekkelijke en lieve partner vinden, en dan zullen we gelukkig zijn. We moeten een goede… Affijn, je snapt het wel.

Geluk is niet…

Maar uit onderzoek blijkt dat de dingen toch wat anders in elkaar steken dan we denken. De dingen waarvan we denken dat die ons gelukkig maken doen dat vaak helemaal niet, of maar een beetje. Geld is daar een mooi voorbeeld van. Geld maakt maar een beetje gelukkig, rapporteerden Engelse psychologen in 2010.

Inderdaad, als je geen stuiver hebt om je gluteus maximus te krabben word je gelukkiger als je inkomen naar modale hoogte stijgt. Maar zodra je een inkomen hebt waarvan je redelijk rond kunt komen, voegt nog meer geld op je bankrekening maar een minuscuul beetje levensgeluk toe.

Nog zo’n voorbeeld: luieren. Als we harder moeten werken dan goed voor ons is worden we gelukkiger als we af en toe mogen nietsdoen, maar wekenlang in een vakantieparadijs omringd door alle mogelijke luxe geen fluit uitvoeren, maakt net zo gelukkig als – schrik niet - werken. En ook het realiseren van een geweldig beestenlichaam met een 'homeopathisch' beetje lichaamsvet maakt niet gelukkig. (Dat voorbeeld is van ons, niet van Gilbert.)

Waarom we verkeerd inschatten wat ons gelukkig maakt, dat vertelt Gilbert hier. Eén van de redenen is dat ons voorstellingsvermogen wel goed, maar niet overdreven goed is. Door onze verbeeldingskracht kunnen we ons voorstellen hoe het is om net zo’n geweldige fysiek als Dennis Wolf  of Kai Greene te hebben, maar die verbeeldingskracht is ook weer niet zo goed dat die voorstelling ook echt klopt. In onze voorstelling filteren we allerlei details weg, waarmee de echte Dennis Wolf en Kai Greene elke dag te maken hebben. Of we realiseren ons niet dat we een prijs voor het bereiken van ons ideaal moeten betalen – en dat die prijs ons levensgeluk in de weg gaat zitten.

Eenzaamheid

Eén van de grootste studies naar geluk is de Grant Study van de psycholoog en emeritus-hoogleraar George Vaillant. Vaillant, die net als Gilbert is verbonden aan de universiteit van Harvard, volgt al sinds de tweede wereldoorlog een groep mannen die tijdens de oorlogsjaren studeerde in Harvard. Interessant detail: de Amerikaanse president  J. F. Kennedy behoorde tot de mannen die Vaillant bestudeerde. Een uitgebreid artikel over wat Vaillants onderzoek over geluk aan het licht bracht vind je hier.

Vaillant was nog niet zo lang geleden in Nederland, en gaf toen een interview aan Het Parool. In dat interview vertelde Vaillant dat er niks mis is om op z’n tijd aan jezelf te denken, maar dat een puur egoïstische levensstijl uiteindelijk geluk in de weg staat. ‘Zij die alleen aan zichzelf denken, leiden een eenzaam leven’, zei Vaillant. ‘Mensen die geven, gaan relaties aan en voelen zich beter.’

Alledaags

De meeste van de grote dingen we in ons leven najagen maken ons dus niet gelukkig, hebben psychologen als Gilbert ontdekt. Zelfs jeugd of er gewoon goed uitzien maken niet gelukkig, vertelt de Amerikaanse psycholoog Jennifer Aaker van de universiteit van Stanford in deze video. Wat wel gelukkig maakt zijn gewone, alledaagse dingen. Alles wat je leuk vindt en wat je samen doet met vrienden, maakt je gelukkig. Net als naar muziek luisteren, buiten rondlopen, humor, een goede en liefdevolle relatie, of jezelf inzetten voor iemand anders. Eigenlijk alles wat in het gedrang komt als je obsessief bezig bent met je sport.

Dossiers: