Koolhydraatpreparaten
Koolhydraten vormen een hoogwaardige brandstof, waarvan het lichaam in de
spieren en lever maar een beperkte hoeveelheid kan opslaan in de vorm van
glycogeen. Je kunt het de menselijke vorm van zetmeel noemen. Dat beperkte
opslagvermogen heeft te maken met het feit dat koolhydraten water binden. Zou
je een bijna onbeperkt opslagvermogen hebben voor koolhydraten, zoals bij vet wel
het geval is, dan zou het lichaam dat al voor een groot deel uit water bestaat
(60-70%) veel te kwetsbaar worden.De belangrijkste functie van koolhydraten in het menselijk
lichaam is energieleverantie.
Koolhydraten komen van nature voor in tal van voedingsmiddelen en in allerlei varianten. Ze kunnen worden ingedeeld in enkelvoudige koolhydraten (bijvoorbeeld glucose en fructose), tweevoudige koolhydraten (bijvoorbeeld sucrose en lactose) en complexe koolhydraten.
Alleen enkelvoudige koolhydraten kunnen meteen in het bloed worden opgenomen. Meervoudige koolhydraten moeten eerst worden afgebroken tot enkelvoudige. Dat gebeurt in het maagdarmkanaal. Belangrijk is dat er een evenwicht is tussen de glucoseleverende en de glucoseverbruikende processen. Bij een goed evenwicht is er sprake van een stabiele bloedglucosespiegel. De bloedglucosespiegel wordt door een hormonaal regelsysteem zo constant mogelijk gehouden.
Bij stijging van het glucosegehalte in het bloed (na een maaltijd) zorgt een toename in de afgifte van het hormoon insuline voor het ‘aftoppen’ van de bloedglucosespiegel. Bij een lage bloedglucosespiegel zorgt het hormoon glucagon voor het ‘oppeppen’ van het glucosepeil, door in de lever de afbraak van glycogeen tot glucose te stimuleren. De snelheid waarmee een koolhydraatbron de bloedglucosespiegel doet stijgen, heet glykemische index. In dit regelmechanisme zit een zekere traagheid, want de hoogste concentratie insuline wordt bereikt als de concentratie bloedglucose alweer omlaag gaat. Wanneer je je op dat moment gaat inspannen, daalt de concentratie glucose extra snel, omdat de spieren onder invloed van insuline veel glucose uit het bloed halen. Dat gaat zo snel dat de hormonen die de glucoseafgifte door de lever moeten bevorderen het niet meer kunnen bijbenen. Het bloed raakt meer glucose kwijt dan het krijgt aangevoerd. Zo kan het gebeuren dat de bloedglucosespiegel tot abnormaal lage waarden daalt (hypoglycemie). De symptomen hiervan zijn krachtverlies, verminderd coördinatievermogen, duizeligheid en soms zelf een verminderd bewustzijn. Mede daarom wordt geadviseerd om niet te kort (30 tot 60 minuten) voor een intensieve inspanning iets zoets te eten.
Er zijn talloze vormen koolhydraatpreparaten voor sporters in de handel: koolhydraatdranken, energierepen, koolhydraatgels, koolhydraatpoeders en koolhydraattabletten. De meeste aanbevelingen voor aanvulling worden in grammen gegeven, eventueel per lichaamsgewicht en per tijdseenheid.
De preparaten zijn bedoeld om bij langdurige inspanning uitputting van de glycogeenvoorraden te voorkomen en/of om na de training bij verhoogde gevoeligheid voor opname de koolhydraatvoorraden weer aan te vullen. Wanneer de koolhydraten in een sportdrank zijn verwerkt dan bevatten ze meestal tussen de 40 tot 80 gram koolhydraten per liter (dus tussen de 4-8%), plus nog wat elektrolyten. Elektrolyten zijn elektrisch geladen mineralen die moeten zorgen voor de elektrische processen in de cellen en het instandhouden van de verdeling van de vloeistoffen in het lichaam. Als de samenstelling van de drank overeenkomt met de vloeistoffen in het lichaam spreek je van isotone dranken. Het voordeel daarbij is dat ze vrij snel worden opgenomen. Wanneer grotere hoeveelheden koolhydraten gewenst zijn dan kan gebruik worden gemaakt van zogenaamde energiedrankjes (energy drinks), repen of gels, die vaak hypertoon zijn (voor uitleg over isotoon en hypertoon: zie ‘dorstlessers’). Bij gebruik tijdens inspanning kunnen ze maag- en darmklachten veroorzaken. Bij hardlopen en zeer intensieve krachttraining zullen die eerder optreden dan bij spinning/wielrennen.

