EN  |  FR

Spek en spieren: een paar apart

afbeelding bij Spek en spieren: een paar apart

Er staat ons een heftige feestweek te wachten, die de verhouding spek en spieren met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid in het voordeel van spek zal beslechten. In gewone mensentaal betekent dat, een paar pondjes meer. Geen nood, volgend jaar gaan we al dat (kerst)vet omvormen tot fraaie, strakke spieren. Pardon? Vet omvormen tot spieren? We vrezen dat dat niet gaat lukken, want spek en spieren zijn even verschillend als ganzenveren en schokbeton.

De gedachte dat je door training vet kan omvormen tot spiermassa is heel oud. Zo oud, dat we de oorsprong ervan niet echt hebben kunnen achterhalen, maar vermoedelijk stamt het uit de tijd dat de alchemie nog een levende wetenschap was, druk doende lood om te zetten tot goud onder het motto ‘alles kan alles worden’, het principe van transformatie (omzetting) van het ene in het andere. Als je maar weet hoe. Het is ook een gedachte die bij het brede publiek en zelfs in fitness een taai leven leidt en in praktijk wordt gebracht op loopbanden, hometrainers en weerstandsmachines.

Spek

Wanneer je nu weet dat spek en spieren heel verschillende weefsels zijn, die zich niet in elkaar laten omzetten, hoef je dat frustrerende pad van lood omzetten in goud in ieder geval niet te volgen. In de weefselleer wordt lichaamsvet omschreven als ‘los bindweefsel bestaande uit adipocyten (vetcellen)’, met als functie het opslaan van energie in de vorm van vet, maar ook als bescherming (stootkussen) van het lichaam en als isolatie (warm houden). Lang is gedacht dat vet alleen die functies had, maar sinds een jaar of tien heeft de wetenschap ontdekt dat het niet alleen om je middel of aan je achterste hangt…maar dat het ook nog tikt! Vetweefsel blijkt namelijk ook een belangrijk endocrien orgaan te zijn, dat allerlei hormonen en signaalstoffen produceert, die betrokken zijn bij de vetopslag/vetafbraak en het immuunsysteem. Vooral volle vetcellen produceren ontstekingsbevorderende stoffen die de gezondheid ondermijnen. En (te) lege vetcellen produceren nog lang stoffen die betrokken zijn bij de energie-inname. Je hoort ze bijna ‘vul mij, vul mij, want ik ben zo leeg’ roepen; een beangstigende gedachte, die lokroep van het vet. Het kan wel een jaar of 7 duren voor die lokroep minder wordt en zich instelt op het nieuwe lichaamsgewicht. Die recent ontdekte ingewikkeldheid van vetweefsel maakt ook dat er nog lang geen eenvoudig afslankpreparaat in de pijplijn zit en dat preventie van overgewicht belangrijker is dan ooit.

Spieren

Spieren zijn weefselstructuren van cellen die de eigenschap hebben te kunnen samentrekken of ‘contraheren’, zoals dat zo mooi heet. Spierweefsel heb je in drie soorten: glad spierweefsel, hartspierweefsel en het spierweefsel waar het de fitnessfanaten en bodybuilders om gaat, dwarsgestreept spierweefsel of skeletspierweefsel, dat via pezen de botten met elkaar verbindt en beweging mogelijk maakt. Dwarsgestreept spierweefsel bestaat grofweg weer uit twee soorten spiervezels, de langzame (rode, slow twitch) en snelle (witte, fast twitch) spiervezels, de eerste met een formidabel uithoudingsvermogen, de tweede met een even formidabele (explosieve) kracht. In tegenstelling tot lichaamsvet, dat voor het grootste deel uit vet bestaat, bestaat spiermassa voornamelijk uit water (70%), eiwit (22%) en wat vet, koolhydraten en mineralen. Spieren nemen minder volume in dan vet, en daarom hoeven vrouwen ook niet zo bang te zijn voor spiermassa. Lukt het ze om 3 kg vet weg te werken en 3 kg spiermassa op te bouwen, dan zijn ze qua gewicht hetzelfde gebleven, maar hebben ze toch een veel strakkere vorm.

Tot slot

Vet en spieren zijn heel verschillende weefsels die je niet in elkaar kunt omzetten door training of door dik worden. Toch wordt dat vaak gedacht. Eén van de meeste gestelde vragen over bodybuilding is of al die spiermassa als je stopt met training niet ‘in vet wordt omgezet’. Nee, dat wordt het niet, maar de extra spiermassa die is opgebouwd zal geleidelijk aan wel worden afgebroken omdat het behoud van die spiermassa veel energie kost en het lichaam nu eenmaal graag zuinig met zijn energie omspringt. Door verlies van spiermassa daalt de stofwisseling en als je vervalt in slechte gewoonten (minder bewegen, te veel eten), dan is het eindresultaat natuurlijk wel minder spieren en meer spek. Het enige goede recept tegen dat verval is niet het een omzetten in het ander, maar het een wegwerken en het ander opbouwen. Waarvan akte.