Lichaamsvetpercentage
Om te achterhalen wat je vetmassa en spiermassa is kun je je
lichaamsvetpercentage laten meten. Dit wordt gedaan met behulp van huidplooimetingen. De meest toegepaste methode is de meting op vier
plekken aan de linkerzijde van je lichaam:
- voorkant bovenarm (biceps)
- achterkant bovenarm (triceps)
- op je rug onder het schouderblad (subscapulair)
- de zijkant net boven je heup (suprailiacaal)
Alle vier de diktes tel je bij elkaar op en lettend op leeftijd en geslacht kijk je in de juiste tabel (wordt meestal bij je huidplooimeters geleverd).
Met
de bepaling van het lichaamsvetpercentage weet je ook welk deel van je
lichaam uit lichaamsvet en welk deel uit vetvrije spiermassa bestaat.
Door regelmatig je vetpercentage te meten kun je je vooruitgang (meer
spiermassa en minder vetmassa) volgen. Tabellen met normaalwaarden voor
mannen, vrouwen en (top)sporters vind je hieronder.
| Leeftijd (in jaren) | Vetpercentage (in %) |
| 17-29 | 15,0 |
| 30-39 | 17,5 |
| 40-49 | 20,0 |
| 50+ | 20,0 |
| Leeftijd (in jaren) | Vetpercentage (in %) |
| 17-29 | 25,0 |
| 30-39 | 27,5 |
| 40-49 | 30,0 |
| 50+ | 30,0 |
| Geslacht en niveau | Vetpercentage (in %) |
| Mannen wedstrijdtop | 6-8 |
| Vrouwen wedstrijdtop |
15-18 |
| Mannen wedstrijd |
8-10 |
| Vrouwen wedstrijd |
18-22 |
Minimaal percentage lichaamsvet bij volwassen
wedstrijd(top)sporters

