Overgewicht
Over overgewicht wordt door deskundigen al lang gesproken. Het werd min of meer als een maatschappelijk probleem omschreven door de publicatie in 2004 van het rapport Ons Eten Gemeten, samengesteld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Bijna ieder onderzoek naar overgewicht hanteert de Body Mass Index (BMI) om vast te stellen of er sprake is van ondergewicht, normaal gewicht, overgewicht en ernstig overgewicht. Naast deze vier categoriën worden er soms nog twee meer genoemd; ziekelijk overgewicht (morbide obesitas) en superobesitas. De formule (BMI is gelijk aan het gewicht van een persoon in kilogrammen gedeeld door het kwadraat van de lichaamslengte in meters) is niet geheel onomstreden. De basis voor de formule werd gelegd door de Gentenaar Adolp Quételet, die begin 19de eeuw metingen verrichtte bij dienstplichtigen en de resultaten vastlegde in statistieken. De BMI die wereldwijd wordt gehanteerd is dus een statistische methode, geschikt om over- of ondergewicht bij groepen mensen vast te stellen. Het heeft zeker niet het laatste woord over individuen. Zo houdt de BMI geen rekening met bijvoorbeeld het individuele vetpercentage van een persoon. In fitness wordt daarom vaak meer gedacht in en gekeken naar het lichaamsvetpercentage.
Hier moet nog een tabel overgewicht en een stukje en tabel over lichaamsvetpercentage komen.

