Clenbuterol
Clenbuterol
is geen hormoon en is evenmin een chemische variant van een hormoon.
Clenbuterol is een zogeheten ‘bèta-2 agonist’ en wordt vooral in de
diergeneeskunde gebruikt. Bèta-2 agonisten zijn een speciale groep stoffen die
met elkaar gemeen hebben dat ze aangrijpen op de bèta-2 receptoren. Dit soort
geneesmiddelen wordt aan astmatici voorgeschreven om de longen meer ‘open’ te
zetten. In Nederland is clenbuterol geen geregistreerd geneesmiddel meer voor mensen;
wel voor koeien.

Het is nog onduidelijk hoe clenbuterol de spiergroei stimuleert. Dat het de spiergroei stimuleert, is aangetoond bij dieren. Wel is bekend dat spieren ook beschikken over bèta-2 receptoren. Bovendien is bekend dat clenbuterol niet zozeer anabool (spieropbouwend), maar eerder antikatabool werkt. Kennelijk gaat clenbuterol de afbraak van spiereiwitten tegen, waardoor de proefdieren uiteindelijk meer massa opbouwden. Ook zou de vetmassa afnemen. Het feit dat deze resultaten bij dieren optreden, betekent op zich niet dat dit ook voor mensen zo is. Clenbuterol wordt beschouwd als een zwaar middel. Zo zwaar dat Nederlandse artsen het niet aan mensen mogen voorschrijven. In andere landen, waar clenbuterol nog wel door mensen mag worden gebruikt, mag het alleen in acute noodsituaties, als er werkelijk geen andere oplossing mogelijk is, eenmalig worden toegediend.
Clenbuterol werkt in op het autonome zenuwstelsel. Het gebruik ervan gaat gepaard met chronische hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, angst- en paniekaanvallen, het continu trillen van de spieren (tremor), hartritmestoornissen en krachtigere hartcontracties. Deze laatste twee effecten kunnen, in combinatie met het wijder worden van de bloedvaten, fatale gevolgen hebben.

